bg_animatiebg_animatiebg_animatiebg_animatiebg_animatie

Scharrelvarkensvlees van Albert Heijn

Waarom het Beter Leven kenmerk met twee sterren?

Het meeste varkensvlees van Albert Heijn is afkomstig uit de bio-industrie. Voor diervriendelijker geproduceerd varkensvlees is het concern naar Engeland uitgeweken. Daar koopt men varkensvlees van varkens die ‘outdoor bred, indoor reared’ zijn, oftewel buiten gefokt, binnen opgegroeid. De Dierenbescherming heeft dit ter plekke onderzocht en vastgesteld dat dit dusdanig diervriendelijk gebeurt dat het Beter Leven kenmerk met twee sterren op zijn plaats is.

- De zeugen leven het hele jaar buiten en kunnen schuilen in kleine stallen (hutjes).
- De biggen worden buiten in de hutjes geboren en brengen daar de eerste vier weken door.
- De mannelijke biggen worden niet gecastreerd.
- Stro en overdekte uitloop.
- De gezondheid wordt bewaakt en er is onafhankelijke controle op naleving van alle regels.
- De meeste boerderijen liggen op minder dan vier uur rijden van het slachthuis.

 

Buiten leven, schuilen in hutjes

De vrouwelijke varkens (zeugen) leven het hele jaar buiten. Als ze gedekt moeten worden en daarna, als ze drachtig zijn, leven ze in grote groepen buiten op het land met groepshokken met stro waarin ze warm kunnen luieren en slapen. Op het land kunnen de zeugen naar hartenlust wroeten. Ze graven met hun snuit ook kuilen waarin regenwater blijft staan, waarin ze modderbaden kunnen nemen. Dat doen ze tegen huidparasieten en ter verkoeling.

De zeugen die voor Albert Heijn in Engeland gehouden worden, hebben het dan ook veel beter getroffen dan hun zusters in de bio-industrie. Daar is tot 2013 nog altijd individuele opsluiting in krappe boxen toegestaan. Maar ook als Nederlandse zeugen vanaf 2013 verplicht in groepen moeten worden gehouden, is dat nog steeds binnen: met weinig ruimte, op een gehele of gedeeltelijke roostervloer en meestal zonder stro.

 

Biggen worden buiten geboren

In de bio-industrie heeft een zeug slechts 4,5m2 kraamhok waarin zij haar jongen ter wereld moet brengen. Stro of ander materiaal om een nest te bouwen krijgt ze niet, hoewel ze hiertoe een sterke aandrang heeft en van armoede ‘schijn-nestbouwgedrag’ vertoont. Bij het werpen en tijdens de kraamperiode van 3 tot 3½ week wordt de zeug tussen twee stangen opgesloten om te voorkomen dat ze haar eigen biggen doodligt, een risico dat echter al na vijf dagen geweken is. De biggen krijgen een stukje dichte vloer met wat zaagsel en een warme lamp of vloerverwarming als nest. De ruimte om te spelen en te stoeien schiet al gauw te kort, naarmate de biggen groter groeien.
In het Engelse scharrelsysteem van Albert Heijn krijgen de zeugen elk een eigen afgezet stuk land met daarop een eigen hut. In die hut ligt stro waarmee ze een nest kunnen bouwen waarin ze hun biggen werpen. De eerste tien dagen komen de biggen nog niet uit het nest en blijft de moederzeug veel bij ze. Maar dan gaan ze naar buiten, waar ze heerlijk kunnen rondrennen, stoeien en spelen.

 

Geen castratie

In Engeland worden de mannelijke biggen, de beertjes, niet gecastreerd. Dit in tegenstelling tot de meeste andere Europese landen waar beertjes voor een leeftijd van zeven dagen zonder enige verdoving worden gecastreerd. Dat scheelt een hele pijnlijke ingreep en dagen napijn. Helaas worden ook bij deze biggen, net als in de bio-industrie, nog wel de staarten gecoupeerd, en worden de scherpe punten van de hoektandjes afgeslepen.

 

Stro en overdekte uitloop

Na 28 dagen worden de biggen gespeend, dat wil zeggen bij hun moeder weggehaald. Ze gaan dan naar een stal waar ze in grote groepen op stro worden gehouden, met een overdekte uitloop naar buiten. Het is nog altijd erg jong, maar niet zo jong als in de bio-industrie waar de speenleeftijd 25 dagen is en op steeds meer bedrijven zakt tot slechts 21 dagen. Zo jong zijn de biggen nog niet aan vast voer gewend en missen hun moeder. Het gevolg is dikwijls stress en diarree.

Op een leeftijd van tien weken gaan de biggen naar een vleesvarkensstal. Ook daar leven ze weer in groepen op stro en met een overdekte uitloop naar buiten. Na zo’n drie maanden in de vleesvarkensstal gaan de varkens naar het slachthuis.

 

 

Gezondheidsbewaking en onafhankelijke controle

De Engelse varkensbedrijven werken verplicht samen met een gespecialiseerde dierenarts die regelmatig langskomt. In Engeland zijn de kwaliteitseisen voor de varkenshouderij vastgelegd in het programma ‘Assured British Pig’. Eén keer per jaar bezoekt een onafhankelijk, deskundig controleur het varkensbedrijf om te controleren of alle regels worden nageleefd.

 

Slachttransport minder dan 4 uur

Langdurige veetransporten zijn op zijn minst een bron van veel stress, maar dikwijls ook van verwonding en ziekte – soms zelfs van sterfte. Zeker zware varkens op weg naar het slachthuis moet je niet over grote afstanden vervoeren. De varkens die voor Albert Heijn in Engeland worden gehouden, worden soms op één bedrijf geboren en vetgemest. Maar dikwijls worden de varkens op een varkensfokkerij geboren en gaan ze op een leeftijd van tien weken naar een varkensmesterij in de buurt. Vandaar gaan ze dan later weer naar het slachthuis. De varkensbedrijven liggen allemaal op minder dan 4 uur rijden van het slachthuis, zodat de varkens niet worden blootgesteld aan lange transporten.