Jubilerende sterrenkip valt in de prijzen

13 juli 2017

Het begin van het einde van de plofkip en de zegetocht van het Beter Leven keurmerk begonnen tien jaar geleden met de introductie van de zogeheten ‘Volwaard-kip’. Woensdag hield de provincie Noord-Brabant een bijeenkomst om hierbij stil te staan. Volwaard was een initiatief van ondermeer de Dierenbescherming, Coppens Diervoeding en de vleesverwerkende industrie om te kijken of er een markt zou zijn voor een langzamer groeiend dier, dat meer ruimte en een overdekte uitloop kreeg. Dat bleek het geval!

Jubilerende sterrenkip valt in de prijzen

Anno 2017 doen ruim 140 vleeskuikenboeren mee, waar dat er in 2007 nog maar zeven waren. “Die staken hun nek uit, net als het bedrijfsleven en zeker ook de supermarkten die aan de proef meededen”, zegt Marijke de Jong, programmamanager Beter Leven keurmerk van de Dierenbescherming en nauw betrokken bij het initiatief. Marijke kreeg woensdag samen met Ad Kemps van Coppens de ‘Agrofoodpluim’ van de provincie Noord-Brabant, ‘dé aanmoedigingsprijs voor een goed initiatief of resultaat, dat een bijdrage levert aan veilig, gezond en duurzaam voedsel voor iedereen.'

'Plofkip-killer'

De Volkskrant schrijft vandaag onder de kop ‘Plofkip-killer viert jubileum: de Volwaard-kip kwam, zag en overwon de koelvitrine’ dat de Volwaard een wegbereider blijkt te zijn geweest: “inmiddels is bijna een vijfde van al het verse kippenvlees dat we in de supermarkt kopen voorzien van zo’n keurmerk”, aldus de krant. Met dat keurmerk wordt het Beter Leven keurmerk met één ster van de Dierenbescherming bedoeld, de Volwaard-kip als merk bestaat niet meer.

Kwaliteit boven kwantiteit

Tijdens de bijeenkomst in Noord-Brabant zei Anne-Marie Spierings, gedeputeerde Agrarische Ontwikkeling van de provincie, dat de groeiende consumentenvraag aantoont dat de populariteit van dier-, milieu- en omgevingsvriendelijk vlees pluimveehouders een haalbaar perspectief biedt. “Het mooie van tien jaar Beter Leven is dat pluimveehouders die zulk kippenvlees aanbieden niet langer nichespelers zijn, maar een volwaardige markt bedienen. In Nederland, en mogelijk op korte termijn ook daarbuiten. Een markt die meer gericht is op kwaliteit dan kwantiteit. Voor ons als provincie voldoende reden om te kijken hoe we die ontwikkeling binnen Brabant verder kunnen ondersteunen, binnen de onlangs aangescherpte milieueisen.”