Melkkoe 1 ster

Dieren onder het Beter Leven keurmerk hebben meer ruimte, afleidingsmateriaal en mogelijkheden om hun natuurlijk gedrag uit te oefenen dan dieren uit de gangbare veehouderij. Met 1 ster Beter Leven zijn de ernstigste problemen uit de vee-industrie aangepakt. De Dierenbescherming heeft de dierenwelzijnscriteria in de melkveehouderij verbreed met natuur –en milieucriteria. Dat betekent dat binnen het Beter Leven keurmerk extra voorwaarden worden gesteld aan milieu en biodiversiteit, zoals kruidenrijk grasland waar boerenlandvogels en insecten op af komen. Om het milieu te sparen mag de boer alleen gebruik maken van lokaal voer en bestrijdingsmiddelen met een lage milieubelasting. Met deze keurmerkverbreding kan de Dierenbescherming de melkkoeien in de stal en dieren op het land, zoals de boerenlandvogels en insecten een beter leven geven.
Hieronder lees je wat de dierenwelzijns- en duurzaamheidscriteria zijn voor melkkoeien met 1 ster Beter Leven. Er zijn ook criteria voor 3 sterren / biologisch. Lees ook onze criteria voor andere dieren.

Ruimte
Voor de huisvesting van melkvee bestaat op dit moment geen EU of Nederlandse regelgeving. Een deel van het jaar gaan koeien de wei in, maar ruim 90% van de totale tijd brengen de koeien in de stal door. Een koe is een kuddedier en dat betekent dat de koeien op het zelfde moment willen rusten en eten. In veel gangbare stallen is dat niet mogelijk, omdat er onvoldoende lig- en eetplekken zijn. Onder het Beter Leven keurmerk heeft elke koe een eigen ligbox met een grotere ligplek en een zachte ondergrond, waardoor het dier comfortabel verschillende lighoudingen kan aannemen.



Weidegang
Binnen het Beter Leven keurmerken lopen de koeien minimaal 120 dagen, 6 uur per dag buiten in de wei. Jonge dieren lopen minimaal 100 dagen in de wei, verdeeld over hun eerste twee levensjaren. Voor gangbare bedrijven is weidegang niet verplicht.

Zorg voor het kalf
Kalveren kunnen worden gehouden als melkkoe of voor de vleesproductie. In het laatste geval gaan de kalfjes naar een kalvermesterij. Onder het Beter Leven keurmerk blijft het kalf op termijn twee keer zo lang op de boerderij, waardoor het fysiek sterker is voor transport. Daarnaast krijgen alle kalveren altijd toegang tot schoon drinkwater. Voor gangbare bedrijven is toegang tot drinkwater wettelijk niet verplicht.

Kruidenrijk grasland
In kruidenrijk grasland ontwikkelt de vegetatie zich trager, waardoor het geschikte moment om te maaien veel later valt dan in regulier productiegrasland. In de kritische tijd van eieren en jonge kuikens is de vegetatie daarom langer. Nesten en kuikens van weidevogels zijn hierdoor beter beschermd tegen de natuurlijke vijand. Kruidenrijk grasland biedt dus belangrijke schuilmogelijkheden voor weidevogels.
De open structuur van het kruidenrijk grasland zorgt ervoor dat zonlicht en warmte beter kan doordringen tot op de bodem, waardoor insecten in alle lagen van de vegetatie kunnen leven. Hoe meer structuurvariatie, hoe meer insecten. Boeren die meedoen met Beter Leven Keurmerk 1 ster hebben minimaal 5% aan extensief beheerd kruidenrijk grasland.

Ook vernatting van kruidenrijk grasland is bij Beter Leven keurmerk 1 ster boeren geregeld. Dit zorgt voor een natte en zachte bodem, waar weidevogels met hun snavel gemakkelijk in kunnen prikken, op zoek naar voedsel. Voldoende oppervlakte aan kruidenrijk grasland in combinatie met vernatting is vooral voor sommige weidevogelsoorten, zoals de grutto erg belangrijk.


Behoud van landschapselementen
Een landschapselement is een onderdeel van het landschap, waarin de invloed van de mens in het verleden op het landschap is terug te zien. Landschapselementen zijn bijvoorbeeld sloten, knotwilgenrijen of houtwallen. Onder het Beter Leven keurmerk is het behoud van sloten en greppels om het erf geregeld en aandacht voor behoud en eventueel herstel van streekeigen landschapselementen.

Energie en Klimaat
Binnen de wettelijke regelgeving zijn geen eisen gesteld voor het gebruik van groene stroom en elektriciteit. Bedrijven binnen Beter Leven keurmerk maken gebruik van 100% groene stroom en zetten stappen om een energieneutraal bedrijf te realiseren per 1 januari 2030.

Lokaal veevoer
Er bestaan geen wettelijke eisen voor het percentage krachtvoer ten opzichte van ruwvoer of waar dit vandaan komt. Veel krachtvoer komt van andere delen van de wereld waar het voor ontbossing en milieuvervuiling zorgt. Daarnaast legt het een lange afstand af naar de melkveehouderij. Binnen het Beter Leven Keurmerk wordt lokaal voer gestimuleerd en mogen koeien daarom maar een maximum percentage krachtvoer krijgen van 40% en moet dit krachtvoer op termijn voor 70% uit Europa komen.

Mest
Een teveel aan mest heeft gevolgen voor de bodemkwaliteit en ecosystemen. Onder het Beter Leven keurmerk is de boer verplicht een mineralenboekhouding bij te houden om de mineralenhuishouding te reguleren van het bedrijf. Ten aanzien van het gebruik van bestrijdingsmiddelen door de boer mogen alleen bestrijdingsmiddelen met een lage milieu-impact worden gebruikt.
De criteria in een overzichtelijk schema bekijken met alle details?

Verschillen tussen de sterren Beter Leven keurmerk kalf


Melkkoeien 3 sterren Beter Leven / Biologisch
Beter Leven keurmerk bij andere dieren